Bisoprolol Sandoz 2,5mg Filmomh Tabl 30 X 2,5mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Bisoprolol Sandoz 2,5mg Filmomh Tabl 30 X 2,5mg

  € 6,95

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

De behandeling van stabiel chronisch hartfalen met bisoprolol moet worden gestart met een speciale fase van verhoging van de dosering (zie rubriek 4.2). Vooral bij patiënten met ischemisch hartlijden mag de behandeling met bisoprolol niet ineens worden stopgezet tenzij duidelijk geïndiceerd, omdat dat zou kunnen leiden tot een tijdelijke verergering van de hartaandoening (zie rubriek 4.2). Bij de start en het stopzetten van een behandeling van stabiel chronisch hartfalen met bisoprolol is regelmatige monitoring vereist. Voor de dosering en de wijze van toediening, zie rubriek 4.2. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van bisoprolol bij:  bronchospasme (bronchiaal astma, chronisch obstructief longlijden (COPD)). Hoewel cardioselectieve (bèta1) bètablokkers minder effect kunnen hebben op de longfunctie dan niet�selectieve bètablokkers, moeten deze zoals alle bètablokkers vermeden worden bij patiënten met obstructieve luchtwegaandoeningen, tenzij er zeer overtuigende klinische redenen zijn voor hun gebruik. Als dergelijke redenen gelden, mag dit geneesmiddel gebruikt worden, zij het met de nodige voorzichtigheid. Bij patiënten met een obstructieve longaandoening, moet de behandeling met bisoprolol bij de laagst mogelijke dosis beginnen en de patiënten moeten nauwlettend in het oog gehouden worden voor nieuwe symptomen (bv. dyspnoe, intolerantie voor lichaamsinspanning, hoest). Bij astma bronchiale of andere chronisch obstructieve longziektes die symptomen kunnen veroorzaken, dient tegelijkertijd bronchodilatoire therapie te worden gegeven. In een enkel geval kan een toename van de luchtwegweerstand optreden bij patiënten met astma, vandaar dat mogelijk de dosering van beta2-stimulantia moet worden verhoogd.  diabetes mellitus met sterke schommelingen van de bloedglucosewaarden. De symptomen van hypoglykemie (bv. tachycardie, hartkloppingen of zweten) kunnen worden gemaskeerd.  strikt vasten  lopende desensibilisatietherapie. Zoals andere bètablokkers kan bisoprolol de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactische reacties verhogen. Een behandeling met adrenaline geeft niet altijd het verwachte therapeutische effect.  eerstegraads AV blok  Prinzmetalangina. Er zijn gevallen van coronaire vaatspasme waargenomen. Ondanks de hoge bèta1- selectiviteit kunnen angina-aanvallen niet volledig worden uitgesloten wanneer bisoprolol wordt toegediend aan patiënten met Prinzmetal-angina.  Perifeer arterieel occlusief lijden. De symptomen kunnen verergeren, vooral bij het starten van de behandeling.  Algemene anesthesie Bij patiënten die een algemene anesthesie ondergaan, verminderen bètablokkers de incidentie van ritmestoornissen en myocardischemie tijdens de inductie en de intubatie en in de postoperatieve periode. Momenteel wordt aanbevolen een onderhoudstherapie met bètablokkers perioperatief voort te zetten. De anesthesist moet op de hoogte worden gebracht van het gebruik van een bètablokker gezien de kans op interacties met andere geneesmiddelen met als gevolg bradyaritmie, een afzwakking van de reflextachycardie en een verminderd reflexvermogen om te compenseren voor bloedverlies. Als het nodig wordt geacht de behandeling met de bètablokker voor de operatie stop te zetten, moet dat geleidelijk gebeuren en moet dat ongeveer 48 uur voor de anesthesie afgerond zijn. Patiënten met psoriasis of met een voorgeschiedenis van psoriasis mogen alleen bètablokkers (zoals bisoprolol) krijgen na een zorgvuldige afweging van de voordelen en de risico's. Bij patiënten met een feochromocytoom mag bisoprolol pas worden toegediend na alfareceptorblokkade. Een behandeling met bisoprolol kan de symptomen van thyrotoxicose maskeren. Combinatie van bisoprolol met calciumantagonisten van het verapamil- of diltiazem-type, met klasse I anti-arrhythmica en met centraal werkende antihypertensiva wordt over het algemeen niet aangeraden; voor details, zie rubriek 4.5. Er is geen therapeutische ervaring met de behandeling van hartfalen met bisoprolol bij patiënten met de onderstaande ziekten en aandoeningen:  insulineafhankelijke diabetes mellitus (type I)  ernstige nierinsufficiëntie  ernstig verminderde leverfunctie  restrictieve cardiomyopathie  aangeboren hartziekte  hemodynamisch significant organisch kleplijden  myocardinfarct minder dan 3 maanden geleden Bisoprolol Sandoz bevat lactose en natrium Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

STABIEL CHRONISCH HARTFALEN met verminderde systolische linkerventrikelfunctie als aanvulling op angiotensineconversie-enzyminhibitoren, diuretica en, optioneel, hartglycosiden. HYPERTENSIE, ANGOR, HYPERKINETISCH HARTSYNDROOM NB: om administratieve of wettelijke redenen zijn bepaalde indicaties niet opgenomen in de bijsluiters van sommige geneesmiddelen met bisoprolol, oraal toegediend.

Welke stoffen zitten er in dit geneesmiddel?

  • De werkzame stof in dit geneesmiddel is bisoprololfumaraat. Elke filmomhulde tablet bevat 2,5 mg bisoprololfumaraat.

  • De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn watervrij calciumwaterstoffosfaat, microkristallijne cellulose, gepregelatiniseerd maïszetmeel, natriumcroscarmellose, watervrij colloïdaal silica, magnesiumstearaat, lactosemonohydraat, hypromellose, macrogol 4000, titaandioxide (E171).

Niet aanbevolen combinaties Calciumantagonisten van het type verapamil en in mindere mate diltiazem: negatieve invloed op de contractiekracht en de atrioventriculaire geleiding. Intraveneuze toediening van verapamil bij patiënten die worden behandeld met een bètablokker, kan leiden tot ernstige hypotensie en atrioventriculair blok. Klasse I-antiaritmica (bv. kinidine, disopyramide, lidocaïne, fenytoïne, flecaïnide, propafenon): het effect op de atrioventriculaire-geleidingstijd kan worden gepotentieerd en het negatieve inotrope effect kan toenemen. Centraalwerkende antihypertensiva zoals clonidine en andere (bv. methyldopa, moxonodine, rilmenidine): concomitant gebruik van centraalwerkende antihypertensiva kan het hartfalen verergeren door een daling van de centrale sympathische tonus (daling van de hartfrequentie en het hartdebiet, vasodilatatie). Plotselinge stopzetting, vooral voor stopzetting van de bètablokker, kan het risico op "reboundhypertensie" verhogen. Combinaties die met de nodige voorzichtigheid moeten worden gebruikt

Calciumantagonisten van het dihydropyridinetype zoals felodipine en amlodipine: concomitant gebruik kan het risico op hypotensie verhogen en een toename van het risico op verdere verslechtering van de ventrikelpompfunctie bij patiënten met hartfalen kan niet worden uitgesloten. Klasse III-antiaritmica (bv. amiodaron): het effect op de atrioventriculaire-geleidingstijd kan worden gepotentieerd. Topische bètablokkers (bv. oogdruppels voor de behandeling van glaucoom) kunnen additief zijn bij de systemische effecten van bisoprolol. Parasympathicomimetische geneesmiddelen: concomitant gebruik kan de atrioventriculaire�geleidingstijd en het risico op bradycardie verhogen. Insuline en orale antidiabetica: toename van het bloedsuikerverlagende effect. Blokkade van bèta�adrenoceptoren kan de symptomen van hypoglykemie maskeren. Anaesthetica: attenuatie van de reflextachycardie en toename van het risico op hypotensie (voor verdere informatie over algemene anesthesie zie ook rubriek 4.4). Digitalisglycosiden: Daling van de hartfrequentie, toename van de atrioventriculaire-geleidingstijd. Niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen (NSAIDs): NSAID's kunnen het hypotensieve effect van bisoprolol tegengaan. β-sympathicomimetica (bv. isoprenaline, dobutamine): combinatie met bisoprolol kan het effect van beide stoffen verminderen. Sympathicomimetica die zowel de β- als de α-adrenoceptoren activeren (bv. noradrenaline, adrenaline): de combinatie met bisoprolol kan de door α-adrenoceptoren gemedieerde vaatvernauwende effecten van die geneesmiddelen onthullen, wat leidt tot een stijging van de bloeddruk en een verergering van claudicatio intermittens. Dergelijke interacties zijn waarschijnlijker met niet-selectieve bètablokkers. Concomitant gebruik met antihypertensiva of met andere geneesmiddelen die de bloeddruk kunnen verlagen (bv. tricyclische antidepressiva, barbituraten, fenothiazines) kan het risico op hypotensie verhogen. Combinaties waar rekening mee moet worden gehouden Mefloquine: hoger risico op bradycardie Monoamineoxidase-remmers (behalve MAO-B-remmers): een sterker bloeddrukverlagend effect van bètablokkers, maar ook risico op hypertensieve crisis. Rifampicine: lichte daling van de halfwaardetijd van bisoprolol mogelijk door inductie van geneesmiddelenmetaboliserende enzymen in de lever. Normaal is een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk. Ergotaminederivaten: verergering van perifere circulatiestoornissen.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Om ernstige bijwerkingen te voorkomen, raadpleeg onmiddellijk uw arts als er een bijwerking optreedt die ernstig is, plots opkomt of zeer snel verergert.

De ernstigste bijwerkingen hebben te maken met de hartfunctie:

 vertraging van de hartslag (kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 personen)

 verergering van hartfalen (kunnen optreden bij tot 1 op de 10 personen)

 langzame of onregelmatige hartslag (kunnen optreden bij tot 1 op de 100 personen)

Als u zich duizelig of zwak voelt of ademhalingsmoeilijkheden hebt, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw arts.

U moet onmiddellijk een arts raadplegen als u ernstigere allergische reacties krijgt, zoals zwelling van het gezicht, de hals, de tong, de mond of de keel, of ademhalingsmoeilijkheden.

De overige bijwerkingen staan hieronder vermeld, in volgorde van de frequentie waarmee ze voorkomen:

Vaak, kunnen optreden bij tot 1 op de 10 personen:

 vermoeidheid, uitputting

 duizeligheid

 hoofdpijn

 koudegevoel of verdoofd gevoel in de extremiteiten (vingers of tenen, oren en neus); vaker optreden van krampachtige pijn in de benen bij het lopen

 zeer lage bloeddruk (hypotensie), vooral bij patiënten met hartfalen

 misselijkheid, braken

 diarree

 constipatie

Soms, kunnen optreden bij tot 1 op de 100 personen:

 daling van de bloeddruk bij overeind komen, wat duizeligheid, ijlhoofdigheid of flauwvallen kan veroorzaken

 slaapstoornissen

 depressie

 onregelmatige hartslag

 patiënten met astma of een voorgeschiedenis van ademhalingsproblemen kunnen ademhalingsmoeilijkheden krijgen

 spierzwakte en spierkrampen

Zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 1.000 personen:

 nachtmerries

 hallucinaties (zich dingen inbeelden)

 flauwvallen

 gehoordaling

 ontsteking van het neusslijmvlies met daardoor een lopende neus met irritatie

 allergische huidreacties (zoals jeuk, rood worden, uitslag)

 droge ogen door een verminderde traansecretie (wat zeer hinderlijk kan zijn als u contactlenzen draagt)

 ontsteking van de lever (hepatitis) met daardoor buikpijn, verminderde eetlust en soms geelzucht met geel worden van het wit van de ogen en de huid en donkere urine

 verminderde seksuele prestatie (potentiestoornis)

 verhoogde bloedspiegel van vetten (triglyceriden) en leverenzymen

Zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 personen:

 verergering van de huidaandoening psoriasis of optreden van een soortgelijke droge, schilferige huiduitslag en haaruitval

 jeuk en roodheid van het oog (conjunctivitis)

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, www.fagg.be, Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.

Als u een cardiogene shock hebt, een ernstige hartaandoening die een snelle, zwakke pols, lage bloeddruk, koude, klamme huid, zwakte en flauwvallen veroorzaakt

Als u ooit een zeer piepende ademhaling of ernstige astma hebt gehad omdat bètablokkers invloed kunnen uitoefenen op uw ademhaling

Als u een trage hartslag hebt (trager dan 60 slagen per minuut). Raadpleeg uw arts als u niet zeker bent.

Als u een zeer lage bloeddruk hebt.

Als u ernstige problemen met de bloedsomloop hebt (waardoor uw vingers en tenen tintelen of bleek of blauw worden)

Als u bepaalde ernstige hartritmestoornissen vertoont

Als u sinds kort hartfalen vertoont of als uw hartfalen niet gestabiliseerd is en in het ziekenhuis moet worden behandeld

Als u een aandoening hebt waarbij er zich te veel zuur in het lichaam ophoopt, metabole acidose genaamd. Uw arts zal u advies kunnen geven.

Als u een gezwel van de bijnieren hebt, feochromocytoom genoemd, dat niet wordt behandeld.

Vertel uw arts als u ergens niet zeker van bent.

Bisoprolol heeft farmacologische effecten die een schadelijke invloed kunnen hebben op de zwangerschap en/of de foetus/pasgeborene. Over het algemeen verminderen bèta-adrenoceptorblokkers de perfusie van de placenta, wat kan leiden tot groeiretardatie, mors in utero, miskraam of vroege arbeid. Er kunnen bijwerkingen (bv. hypoglykemie en bradycardie) optreden bij de foetus en de pasgeboren zuigeling. Als een behandeling met bèta-adrenoceptorblokkers noodzakelijk is, zijn bèta1-selectieve adrenoceptorblokkers te verkiezen. Bisoprolol wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap tenzij het duidelijk noodzakelijk is. Als een behandeling met bisoprolol noodzakelijk wordt geacht, wordt monitoring van de uteroplacentaire bloedstroom en de foetale groei aanbevolen. In geval van schadelijke effecten op de zwangerschap of de foetus wordt aanbevolen een andere behandeling te overwegen. De pasgeboren zuigeling moet nauwgezet worden gevolgd. Symptomen van hypoglykemie en bradycardie zijn doorgaans te verwachten binnen de eerste 3 dagen. Borstvoeding Het is niet bekend of dit geneesmiddel in de moedermelk wordt uitgescheiden. Daarom wordt borstvoeding niet aanbevolen tijdens toediening van bisoprolol.

Volwassenen

  • 1,25 mg eenmaal per dag gedurende 1 week;
    • 2,5 mg eenmaal per dag gedurende 1 week
    • 3,75 mg eenmaal per dag gedurende 1 week
    • 5 mg eenmaal per dag gedurende 4 weken
    • 7,5 mg eenmaal per dag gedurende 4 weken
    • 10 mg eenmaal per dag als onderhoudsbehandeling

Toedieningswijze

  • Tabletten 's ochtends innemen, met of zonder voedsel
  • Met wat vloeistof doorgeslikken zonder kauwen
CNK 2585552
Organisaties Sandoz
Merken Sandoz
Breedte 48 mm
Lengte 99 mm
Diepte 22 mm
Hoeveelheid verpakking 30
Actieve ingrediënten bisoprolol fumaraat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)