Zelitrex 500 Tabl 42x500mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Zelitrex 500 Tabl 42x500mg

  € 54,28

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 12,80 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 7,97 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) Er is melding gemaakt van DRESS, dat levensbedreigend of fataal kan zijn, in samenhang met een behandeling met valaciclovir. Bij het voorschrift moeten de patiënten uitleg krijgen over de tekenen en symptomen en strikt gecontroleerd worden op huidreacties. Als er tekenen of symptomen optreden die op DRESS wijzen, dan moet valaciclovir onmiddellijk stopgezet worden en moet een andere behandeling overwogen worden als dat gepast is. Als een patiënt DRESS ontwikkeld heeft tijdens het gebruik van valaciclovir, mag die patiënt nooit meer met valaciclovir behandeld worden. Vochtbalans Er moet worden gezorgd voor voldoende vochtinname door patiënten die een risico lopen op uitdroging, in het bijzonder ouderen. Gebruik bij patiënten met verminderde nierfunctie en bij ouderen Aciclovir wordt geëlimineerd door renale klaring, daarom moet de dosering valaciclovir worden verlaagd bij patiënten met verminderde nierfunctie (zie rubriek 4.2). Bij ouderen is de kans op een verminderde nierfunctie groot en daarom moet bij deze groep patiënten worden overwogen of de dosering moet worden verlaagd. Zowel ouderen als patiënten met een verminderde nierfunctie hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van neurologische bijwerkingen en moeten nauwkeurig worden gecontroleerd op tekenen van deze bijwerkingen. Bij de gerapporteerde gevallen waren deze reacties doorgaans reversibel na het staken van de behandeling (zie rubriek 4.8). Gebruik van hogere doseringen valaciclovir bij verminderde leverfunctie en bij levertransplantatie Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van hogere doseringen valaciclovir (4.000 mg of meer per dag) bij patiënten met een leveraandoening. Er is geen specifiek onderzoek met valaciclovir verricht bij levertransplantatie, vandaar dat men voorzichtig moet zijn met toediening aan deze patiënten van dagelijkse doseringen hoger dan 4.000 mg. Gebruik bij de behandeling van zoster De klinische respons moet nauwkeurig gecontroleerd worden, in het bijzonder bij immunogecompromitteerde patiënten. Er moet overwogen worden om intraveneuze antivirale therapie te geven wanneer de respons op orale therapie als onvoldoende wordt beschouwd. Patiënten met een gecompliceerde herpes zoster, dat wil zeggen patiënten bij wie de ingewanden erbij betrokken zijn en patiënten met een gedissemineerde zoster, met motorische neuropathieën, met encefalitis en met cerebrovasculaire complicaties moeten met intraveneuze antivirale therapie behandeld worden. Bovendien moeten immunogecompromitteerde patiënten met oftalmische zoster of patiënten met een groot risico op een gedissemineerde aandoening en patiënten bij wie de ingewanden erbij betrokken zijn, met intraveneuze antivirale therapie behandeld worden. Overdracht van herpes genitalis Patiënten moet worden aangeraden om geslachtsgemeenschap te vermijden wanneer er symptomen aanwezig zijn, zelfs als er met een antivirale behandeling begonnen is. Gedurende de suppressieve behandeling met antivirale middelen wordt de frequentie van virale verspreiding significant gereduceerd. Het risico van transmissie is echter nog steeds aanwezig. Daarom wordt het aanbevolen dat, in aanvulling op de therapie met valaciclovir, patiënten veilige seks bedrijven. Gebruik bij oculaire HSV-infecties De klinische reactie bij deze patiënten moet nauwkeurig gecontroleerd worden. Overwogen moet worden of er intraveneuze antivirale behandeling noodzakelijk is wanneer het onwaarschijnlijk is dat de reactie op orale therapie voldoende zal zijn. Gebruik bij CMV-infecties Gegevens over de werkzaamheid van valaciclovir bij transplantatiepatiënten (ongeveer 200) met een groot risico op een CMV-aandoening (bijvoorbeeld donor CMV-positief/ontvanger CMV-negatief of gebruik van antithymocytglobuline-inductietherapie) duiden erop dat valaciclovir bij deze patiënten alleen gebruikt mag worden wanneer veiligheidsoverwegingen het gebruik van valganciclovir of ganciclovir uitsluiten. Hoge doseringen valaciclovir, zoals die voor CMV-profylaxe vereist zijn, kunnen vaker bijwerkingen, inclusief CZS-afwijkingen, tot gevolg hebben dan bij lagere doseringen, gebruikt in andere indicaties (zie rubriek 4.8), waargenomen is. Patiënten moeten nauwkeurig gecontroleerd worden op veranderingen in de nierfunctie en de doseringen moeten dienovereenkomstig worden aangepast (zie rubriek 4.2).

Zoster virus infecties

  • Behandeling van herpes zoster (gordelroos) en oftalmische zoster bij immunocompetente volwassenen

Welke stoffen zitten er in Zelitrex?

De werkzame stof in Zelitrex is valaciclovir. Elke tablet bevat 500 mg valaciclovir (als valaciclovirhydrochloride).

De andere stoffen in Zelitrex zijn:

Tabletkern:

microkristallijne cellulose

crospovidon

povidon

magnesiumstearaat

watervrij colloïdaal siliciumdioxide

Tabletomhulling:

hypromellose

titaandioxide

macrogol 400

polysorbaat 80

carnaubawas

Gebruikt u nog andere medicijnen? Gebruikt u naast Zelitrex nog andere medicijnen of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor medicijnen waar u geen voorschrift voor nodig heeft en voor kruidengeneesmiddelen. Vertel aan uw arts of apotheker als u andere medicijnen gebruikt die van invloed zijn op de nieren. Deze medicijnen zijn onder meer aminoglycosiden, organoplatinumverbindingen, gejodeerde contrastvloeistoffen, methotrexaat, pentamidine, foscarnet, ciclosporine, tacrolimus, cimetidine en probenecide. Vertel altijd aan uw arts of apotheker als u andere medicijnen inneemt wanneer u Zelitrex inneemt voor de behandeling van gordelroos of na een orgaantransplantatie.

4.8 Bijwerkingen De vaakst voorkomende bijwerkingen die zijn gemeld voor ten minste één indicatie bij patiënten die in klinisch onderzoek met Zelitrex werden behandeld, waren hoofdpijn en misselijkheid. Ernstiger bijwerkingen zoals trombotische trombocytopenische purpura/hemolytisch-uremisch syndroom, acuut nierfalen, neurologische afwijkingen en DRESS (zie rubriek 4.4) worden gedetailleerder besproken in andere gedeeltes van deze tekst. De bijwerkingen worden hieronder weergegeven per systeem/orgaanklasse en per frequentie. De volgende frequentiecategorieën worden gebruikt voor de classificatie van de bijwerkingen: zeer vaak  1/10 vaak  1/100 tot < 1/10 soms  1/1.000 tot < 1/100 zelden  1/10.000 tot < 1/1.000 zeer zelden < 1/10.000 Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) Gegevens uit klinisch onderzoek zijn gebruikt voor het bepalen van de frequentiecategorieën van de bijwerkingen wanneer er, in het onderzoek, een verband was aangetoond met valaciclovir. Voor bijwerkingen die werden waargenomen tijdens postmarketing, maar niet in klinisch onderzoek, is de meest conservatieve waarde van een puntschatting ("regel van drie") gebruikt om de frequentiecategorie van de bijwerking te bepalen. Voor bijwerkingen waarvan een verband met valaciclovir werd aangetoond tijdens postmarketing onderzoek en die werden waargenomen in klinisch onderzoek, is de incidentie tijdens het onderzoek gebruikt om de frequentiecategorie te bepalen. De veiligheidsgegevensbank van het klinisch onderzoek berust op de gegevens van 5.855 patiënten die in klinisch onderzoek valaciclovir hebben ontvangen voor verscheidene indicaties (behandeling van herpes zoster, behandeling/onderdrukking van herpes genitalis & behandeling van een koortslip). Klinische onderzoeksgegevens Zenuwstelselaandoeningen Zeer vaak: hoofdpijn Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: misselijkheid Postmarketinggegevens Bloed en lymfestelselaandoeningen Soms: leukopenie, trombocytopenie Leukopenie is vooral gemeld bij immunogecompromitteerde patiënten. Immuunsysteemaandoeningen Zelden: anafylaxie Psychische stoornissen en zenuwstelselaandoeningen Vaak: duizeligheid Soms: verwardheid, hallucinaties, verminderd bewustzijn, tremor, agitatie Zelden: ataxie, dysartrie, convulsies, encefalopathie, coma, psychotische symptomen, delirium. Neurologische aandoeningen, soms ernstig, kunnen in verband worden gebracht met encefalopathie en onder meer verwarring, agitatie, convulsies, hallucinaties en coma inhouden. Deze bijwerkingen zijn doorgaans omkeerbaar en worden meestal gezien bij patiënten met een verminderde nierfunctie of met andere omstandigheden waardoor de patiënten meer vatbaar zijn (zie rubriek 4.4). Bij patiënten die na een orgaantransplantatie hoge doseringen Zelitrex kregen (8.000 mg per dag) ter preventie van CMV-infecties, kwamen neurologische reacties vaker voor dan bij patiënten die met een lagere dosering voor andere indicaties werden behandeld. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Soms: dyspneu Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: braken, diarree Soms: abdominaal ongemak Lever- en galaandoeningen Soms: reversibele verhoging bij leverfunctietesten (bijvoorbeeld bilirubine, leverenzymen) Huid- en onderhuidaandoeningen Vaak: huiduitslag inclusief fotosensitiviteit, pruritus Soms: urticaria Zelden: angio-oedeem Niet bekend: geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) (zie rubriek 4.4) Nier- en urinewegaandoeningen Soms: nierpijn, hematurie (vaak geassocieerd met andere renale voorvallen) Zelden: verminderde nierfunctie, acuut nierfalen (in het bijzonder bij oudere patiënten of bij patiënten met een verminderde nierfunctie die hogere dan de aanbevolen doseringen krijgen) Niet bekend: tubulo-interstitiële nefritis Nierpijn kan samenhangen met nierfalen. Er is ook intratubulaire neerslag van aciclovirkristallen in de nieren gemeld. Tijdens de behandeling moet er voldoende vocht worden toegediend/ingenomen (zie rubriek 4.4). Aanvullende informatie over bijzondere patiëntengroepen Er zijn meldingen van nierinsufficiëntie, micro-angiopathische hemolytische anemie en trombocytopenie (soms in combinatie) bij ernstig immunogecompromitteerde volwassen patiënten, met name patiënten in een vergevorderd stadium van HIV, die hoge doses (8.000 mg per dag) valaciclovir gedurende langere perioden in klinisch onderzoek ontvingen. Deze bevindingen zijn ook waargenomen bij patiënten, die niet behandeld werden met valaciclovir, maar die dezelfde onderliggende of overeenkomstige aandoeningen hadden. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten Afdeling Vigilantie Postbus 97 1000 Brussel Madou Website: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg.be

Overgevoeligheid voor valaciclovir of aciclovir of voor de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.

Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van valaciclovir en een matige hoeveelheid gegevens over het gebruik van aciclovir tijdens de zwangerschap beschikbaar in zwangerschapsregisters (waarin het resultaat van de zwangerschap gedocumenteerd is bij vrouwen die werden blootgesteld aan valaciclovir of aan oraal of intraveneus toegediend aciclovir (de actieve metaboliet van valaciclovir)). Respectievelijk 111 en 1.246 (waarvan 29 en 756 uit het eerste trimester van de zwangerschap) gevallen en postmarketing ervaring hebben geen aangeboren afwijkingen of foetale/neonatale toxiciteit laten zien. Uit de resultaten van dieronderzoeken blijkt geen reproductiviteitstoxiciteit voor valaciclovir (zie rubriek 5.3). Valaciclovir mag alleen worden gebruikt tijdens de zwangerschap als de mogelijke voordelen van de behandeling groter zijn dan het mogelijke risico. Borstvoeding Aciclovir, de belangrijkste metaboliet van valaciclovir, wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bij therapeutische doseringen valaciclovir worden echter geen effecten verwacht op de pasgeborenen/zuigelingen die borstvoeding krijgen, aangezien de dosering die het kind binnen krijgt minder dan 2% bedraagt van de therapeutische dosering van intraveneus aciclovir bij de behandeling van neonatale herpes (zie rubriek 5.2). Valaciclovir moet met voorzichtigheid worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven en dan alleen als het klinisch geïndiceerd is. Vruchtbaarheid Valaciclovir had geen invloed op de vruchtbaarheid wanneer het oraal aan ratten werd gegeven. Na hoge parenterale doseringen van aciclovir werd testiculaire atrofie en aspermatogenese waargenomen bij ratten en honden. Er werd geen menselijk vruchtbaarheidsonderzoek uitgevoerd met valaciclovir, maar er werden bij 20 patiënten geen veranderingen in sperma-aantallen, motiliteit of morfologie gemeld na 6 maanden dagelijkse behandeling met 400 tot 1.000 mg aciclovir.

Varicella zoster en herpes

  • Immunocompetente volwassenen
    • 3 x 1.000 mg per dag gedurende 7 dagen
    • Immunogecompromitteerde volwassenen
    • 3 x 1.000 mg per dag gedurende ten minste 7 dagen en gedurende 2 dagen na het ontstaan van korsten op de laesies

Herpes simplex virus

  • Immunocompetente volwassenen en adolescenten (vanaf 12 jaar
  • eerste episode: 2 x 500 mg per dag gedurende maximum 10 dagen
  • recidiverende episodes: 2 x 500 mg per dag gedurende maximum 5 dagen
  • Immunogecompromitteerde volwassenen
  • bij initiële episodes: gedurende maximum 10 dagen
  • 2 x 1000 mg gedurende ten minste 5 dagen
  • Herpes labialis (volwassenen en adolescenten
  • 2 x 2000 mg gedurende 1 dag
  • De tweede dosis moet circa 12 uur (maar minstens 6 uur) na de eerste dosis worden ingenomen

Onderdrukken van recidieven

  • Immunocompetente volwassenen en adolescenten : 2 x 250 mg per dag
  • Immunogecompromitteerde volwassenen : 2 x 500 mg per dag

Profylaxe van cytomegalovirus infectie

  • 4 x 2000 mg per dag zo snel mogelijk na de transplantatie

Toedieningswijze

  • De tablet doorslikken met voldoende vocht (bv. een glas water); met of zonder voedsel
CNK 1253848
Organisaties SA Glaxosmithkline Pharmaceuticals (GSK)
Merken Gsk
Breedte 58 mm
Lengte 130 mm
Diepte 28 mm
Hoeveelheid verpakking 42
Actieve ingrediënten valaciclovir hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)