Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,85 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,67 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Cardiovasculair Klinische studies hebben aangetoond dat sertindol het QT-interval meer verlengt dan sommige andere antipsychotica. De gemiddelde QT-verlenging is groter bij de hogere aanbevolen doseringen (20 en 24 mg). Verlenging van het QTc-interval door bepaalde geneesmiddelen is in verband gebracht met Torsade de Pointes-type (TdP) aritmieën (een potentieel fatale polymorfe ventriculaire tachycardie) en plotselinge dood. Echter, klinische en niet-klinische gegevens hebben niet kunnen bevestigen dat sertindol een groter aritmogeen effect heeft dan andere antipsychotica. Daarom moet sertindol slechts gebruikt worden bij patiënten van wie gebleken is dat ze ten minste één ander antipsychoticum niet kunnen verdragen. Voorschrijvende artsen dienen de vereiste veiligheidsmaatregelen volledig op te volgen. ECG monitoring: ECG monitoring is verplicht vóór en tijdens de behandeling met sertindol. Sertindol is gecontraïndiceerd bij een baseline QTc-interval >450 msec bij mannen of >470 msec bij vrouwen. ECG monitoring dient plaats te vinden bij baseline, na het bereiken van een steady-state na ongeveer 3 weken of als een dosering van 16 mg bereikt wordt en nogmaals na 3 maanden behandeling. Gedurende de onderhoudsbehandeling dient elke 3 maanden een ECG gemaakt te worden. Gedurende de onderhoudsbehandeling dient telkens vóór en na een dosisverhoging een ECG gemaakt te worden. Een ECG wordt aanbevolen na toevoeging of dosisverhoging van gelijktijdig gebruikte medicatie die de sertindol concentratie kan doen stijgen (zie rubriek 4.5). Als een QTc-interval groter dan 500 msec gevonden wordt tijdens sertindol behandeling, dient de behandeling met sertindol gestaakt te worden. Bij patiënten die symptomen hebben die kunnen duiden op aritmieën, bijvoorbeeld palpitaties, convulsies of syncope, dient de voorschrijver met spoed een evaluatie uit te voeren, waaronder een ECG. ECG monitoring vindt idealiter 's ochtends plaats en de Bazett of de Fredericia formule voor de QTc-berekening verdient de voorkeur.
Het risico op QT-verlenging is groter bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met geneesmiddelen die het QTc-interval verlengen of met geneesmiddelen die het metabolisme van sertindol remmen (zie rubriek 4.3). Voordat een behandeling met sertindol gestart wordt dienen baseline kalium en magnesium plasmaspiegels bepaald te worden bij patiënten met een risico op significante storingen in de elektrolytenhuishouding. Hypokaliëmie en hypomagnesiëmie dienen te zijn gecorrigeerd voor aanvang van de behandeling. Het volgen van de kaliumspiegel wordt aangeraden bij patiënten met emesis, diarree of andere storingen in de elektrolytenhuishouding en bij patiënten die behandeld worden met een kalium onttrekkend diureticum. Door het α1-blokkerend effect van sertindol kunnen symptomen van orthostatische hypotensie optreden tijdens de titratieperiode aan het begin van de behandeling. Antipsychotica kunnen de werking van dopamine-agonisten verminderen. Sertindol dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met de ziekte van Parkinson. Sommige SSRI's, zoals fluoxetine en paroxetine (krachtige CYP2D6-remmers), kunnen de plasmaconcentratie van sertindol met een factor 2-3 doen stijgen. Sertindol dient daarom alleen met uiterste voorzichtigheid tegelijkertijd met deze middelen gebruikt te worden, en alleen indien de mogelijke voordelen groter zijn dan de risico's. Een lagere onderhoudsdosering van sertindol kan vereist zijn en zorgvuldige ECG monitoring dient plaats te vinden vóór en na een dosiswijziging van een van deze middelen (zie rubriek 4.5). Sertindol dient met voorzichtigheid gebruikt te worden in langzame CYP2D6-metaboliseerders (zie rubriek 4.5). Hyperglykemie of verergering van al bestaande diabetes zijn zeer zelden gerapporteerd tijdens behandeling met sertindol. Klinisch monitoren van patiënten met diabetes of die met risicofactoren voor het ontwikkelen van diabetes mellitus wordt geadviseerd. Toegenomen mortaliteit bij ouderen met dementie Uit gegevens uit twee grote observationele onderzoeken is gebleken dat bij ouderen met dementie die met antipsychotica worden behandeld een licht verhoogd risico op overlijden bestaat in vergelijking tot ouderen die niet worden behandeld. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een goed onderbouwde schatting te geven van de precieze omvang van het risico; de oorzaak van dit toegenomen risico is niet bekend. Serdolect is niet goedgekeurd voor de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie. Risico op cerebrovasculaire bijwerkingen Een ongeveer 3 maal verhoogde kans op cerebrovasculaire bijwerkingen zijn gezien in gerandomiseerd placebo-gecontroleerde klinische studies in de dementiepopulatie met sommige atypische antipsychotica. Het mechanisme achter dit verhoogde risico is onbekend. Een verhoogd risico kan niet worden uitgesloten voor andere antipsychotica of andere patiënten populaties. Serdolect dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met risicofactoren voor een beroerte. Bij patiënten boven 65 jaar dient sertindole met zorg te worden gebruikt in verband met een verhoogd risico op significante cardiovasculaire aandoeningen bij ouderen. Behandeling dient alleen te worden gestart na een uitgebreid cardiovasculair onderzoek. Veneuze trombo-embolie Er zijn bij gebruik van antipsychotica gevallen van veneuze trombo-embolie gemeld. Aangezien patiënten onder behandeling met antipsychotica zich vaak presenteren met verworven risicofactoren voor veneuze trombo-embolie, dienen alle mogelijke risicofactoren hiervoor voorafgaand aan en tijdens de behandeling met sertindole onderkend te worden en voorzorgsmaatregelen getroffen te worden. Verminderde leverfunctie Patiënten met een lichte/matige leverfunctiestoornis dienen nauwgezet onder controle te blijven. Het verdient aanbeveling langzamer te titreren en een lagere onderhoudsdosering te geven. Tardieve dyskinesie Tardieve dyskinesie wordt verondersteld te worden veroorzaakt door een overgevoeligheid van dopamine receptoren in de basale ganglia ten gevolge van een chronische receptorblokkade door antipsychotica. Klinische studies toonden een lage incidentie van extrapyramidale symptomen bij de behandeling met sertindol (vergelijkbaar met die van placebo). Er bestaat echter een relatie tussen langdurige behandeling met antipsychotica (met name in hoge doses) en het risico van tardieve dyskinesie. Indien symptomen van tardieve dyskinesie optreden, dient dosisverlaging of staken van de therapie te worden overwogen. Insulten Sertindol dient met de nodige voorzichtigheid te worden toegediend bij patiënten met insulten in de anamnese. Maligne neurolepticumsyndroom Een mogelijk levensbedreigend complex van symptomen, bekend onder de naam maligne neurolepticumsyndroom, is gemeld in relatie tot het gebruik van antipsychotica. Tot de behandeling van het maligne neurolepticumsyndroom behoort het onmiddellijk staken van de antipsychotische medicatie. Staken Acute onttrekkingsverschijnselen, waaronder misselijkheid, braken, zweten en slapeloosheid zijn gemeld na het abrupt staken van antipsychotica. Terugkeer van psychotische symptomen kan ook voorkomen en het ontstaan van onwillekeurige bewegingsstoornissen (waaronder akathisie, dystonie en dyskinesie) is gemeld. Daarom wordt geleidelijk afbouwen van de dosering aanbevolen. Hulpstoffen De tabletten bevatten lactosemonohydraat. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Schizofrenie
Ce que contient Serdolect
• La substance active est le sertindole.
Chaque comprimé pelliculé contient 4 mg ou 16 mg de sertindole.
• Les autres composants sont : - amidon de maïs - lactose monohydraté - hyprolose, hypromellose - cellulose microcristalline - croscarmellose sodique - stéarate de magnésium - macrogol 400 - dioxyde de titane - oxyde de fer (E172)
Serdolect 4 mg : oxyde de fer jaune (E172) Serdolect 16 mg : oxyde de fer rouge (E172)
Autres médicaments et Serdolect Informez votre médecin ou pharmacien si vous prenez, avez récemment pris ou pourriez prendre tout autre médicament.
Serdolect ne doit pas être utilisé en association avec les médicaments suivants : médicaments susceptibles d'affecter le rythme cardiaque, tels que :
certains médicaments traitant les irrégularités du rythme cardiaque, tels que la quinidine, l'amiodarone, le sotalol, le dofétilide
certains médicaments traitant les troubles mentaux, tels que la thioridazine
cisapride, un médicament traitant les problèmes d'estomac et/ou d'intestin
lithium : médicament traitant la dépression et les troubles mentaux médicaments connus pour affecter la fonction du foie, tels que :
médicaments pris par voie orale pour traiter les infections fongiques, tels que le kétoconazole et l'itraconazole
certains médicaments traitant les infections bactériennes et contenant des substances actives dont le nom se termine par " mycine ", comme l'érythromycine, la clarithromycine
médicaments utilisés pour traiter les infections VIH, contenant des substances actives dont le nom se termine par " navir ", comme l'indinavir
certains médicaments traitant l'hypertension artérielle et les affections cardiaques, appelés antagonistes du calcium, tels que le diltiazem et le vérapamil
cimétidine : médicament réduisant l'acidité de l'estomac
Les autres médicaments susceptibles d'influencer ou d'être influencés par Serdolect sont : les médicaments utilisés pour traiter la maladie de Parkinson, appelés agonistes dopaminergiques certains médicaments traitant la dépression et les troubles anxieux, tels que la fluoxétine et la paroxétine rifampicine : médicament utilisé pour traiter la tuberculose ou certaines autres infections la carbamazépine, la phénytoïne, le phénobarbital : médicaments traitant l'épilepsie médicaments qui augmentent la production urinaire, qui diminuent les taux de potassium dans le sang
Comme tous les médicaments, ce médicament peut provoquer des effets indésirables, mais ils ne surviennent pas systématiquement chez tout le monde.
Contactez votre médecin ou l'hôpital immédiatement si vous développez l'un des effets indésirables mentionnés dans les quatre points suivants :
Peu fréquent : peut affecter jusqu'à 1 personne sur 100 battements cardiaques très rapides, irréguliers ou puissants, étourdissement, évanouissement, essoufflement ou douleur thoracique. Ces symptômes peuvent indiquer un rythme cardiaque irrégulier menaçant le pronostic vital.
mouvements incontrôlables touchant principalement la bouche, la langue et les membres. Ce symptôme peut être indicateur d'un trouble du système nerveux, appelé dyskinésie tardive.
Rare : peut affecter jusqu'à 1 personne sur 1 000 association de fièvre, respiration rapide, transpiration, rigidité musculaire, ainsi que somnolence ou envie de dormir. Ces symptômes peuvent indiquer une maladie nerveuse menaçant le pronostic vital, appelée syndrome malin des neuroleptiques.
Fréquence indéterminée : ne peut être estimée sur la base des données disponibles caillots sanguins dans les veines, en particulier dans les jambes (parmi les symptômes, on note des gonflements, des douleurs et des rougeurs aux jambes), pouvant migrer vers les poumons via les vaisseaux sanguins, provoquant une douleur thoracique et des difficultés respiratoires.
D'autres effets secondaires, pouvant survenir selon les fréquences suivantes, sont :
Très fréquent : peut affecter plus de 1 personne sur 10 inflammation de l'intérieur du nez, provoquant des éternuements, des démangeaisons, un écoulement nasal et une congestion nasale (nez bouché) incapacité à éjaculer
Fréquent : peut affecter jusqu'à 1 personne sur 10 étourdissement ou étourdissement soudain dû à une chute de la tension artérielle, lors du passage à la station debout bouche sèche prise de poids essoufflement gonflement des mains ou des pieds sensation étrange au niveau de la peau, comme des fourmillements diminution du volume éjaculatoire impuissance changements dans l'activité électrique de votre cœur (appelé " allongement de l'intervalle QT "). Allongement de l'intervalle QT peut donner lieu à des symptômes tels que palpitations et des évanouissements. présence de globules rouges et de globules blancs dans les urines
Peu fréquent : peut affecter jusqu'à 1 personne sur 100 hyperglycémie (taux élevé de sucre dans le sang) rythme cardiaque irrégulier, connu sous le nom de torsades de pointes augmentation des taux sanguins de prolactine (une hormone) écoulement spontané de lait des seins convulsions, évanouissement
Chez les personnes âgées atteintes de démence, une faible augmentation du nombre de décès a été rapportée chez les patients prenant des antipsychotiques, par comparaison à ceux ne recevant aucun antipsychotique.
Overgevoeligheid voor sertindol of voor één van de overige bestanddelen van de tabletten.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten bekend met een ongecorrigeerde hypokaliëmie of met een ongecorrigeerde hypomagnesiëmie.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die bekend zijn met een klinisch significante hartaandoening, congestief hartfalen, cardiale hypertrofie, aritmie of bradycardie (
Daarnaast dient sertindol niet gestart te worden bij patiënten met een congenitaal lange QT-interval syndroom of een positieve familieanamnese hiervoor, of bij patiënten bekend met een verlengd QT-interval (QTc > 450 msec bij mannen en > 470 msec bij vrouwen).
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten die behandeld worden met geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen. Relevante geneesmiddelklassen zijn:
• klasse Ia en klasse III anti-aritmica (bijvoorbeeld kinidine, amiodaron, sotalol en dofetilide)
• sommige antipsychotica (bijvoorbeeld thioridazine)
• sommige macroliden (bijvoorbeeld erythromycine)
• sommige antihistaminica (bijvoorbeeld terfenadine en astemizol)
• sommige chinolonen (bijvoorbeeld gatifloxacine en moxifloxacine)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze het QT-interval significant verlengen (bijvoorbeeld cisapride en lithium), zijn eveneens gecontraïndiceerd.
Gelijktijdige toediening van sertindol is gecontraïndiceerd bij geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de cytochroom P450 3A enzymenin belangrijke mate remmen. Relevante klassen zijn ondermeer:
• systemische toediening van 'azol' antimycotica (bijvoorbeeld ketoconazol en itraconazol)
• sommige macrolide antibiotica (bijvoorbeeld erythromycine en clarithromycine)
• HIV protease remmers (bijvoorbeeld indinavir)
• sommige calciumantagonisten (bijvoorbeeld diltiazem en verapamil)
Bovenstaande lijst is niet volledig en andere afzonderlijke geneesmiddelen, waarvan bekend is dat ze de CYP3A enzymen in belangrijke mate remmen (bijvoorbeeld cimetidine) zijn ook gecontraïndiceerd.
Sertindol is gecontraïndiceerd bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Vruchtbaarheid Bij orale toediening van sertindol is aangetoond dat de mannelijke vruchtbaarheid bij muizen en ratten is aangetast bij een systemische blootstelling die gelijk is aan of kleiner is dan verwacht bij de maximaal aanbevolen klinische dosis bij de mens. De aantasting van de volwassen mannelijke vruchtbaarheid, welke reversibel was, wordt waarschijnlijk veroorzaakt door α1-adrenoceptorantagonisme. Bij de mens zijn bijwerkingen zoals hyperprolactinemie, galactorroe, erectiele disfunctie, ejaculatiestoornis en falende zaadlozing gemeld. Deze bijwerkingen kunnen een negatieve invloed hebben op de vrouwelijke en/of mannelijke seksuele functie en vruchtbaarheid. Als klinisch significante hyperprolactinemie, galactorroe of seksuele disfuncties optreden, dient een verlaging van de dosering (indien mogelijk) of het staken van de medicatie te worden overwogen. De effecten zijn reversibel na staken van de medicatie. Zwangerschap De veiligheid van het gebruik van sertindol tijdens zwangerschap is niet vastgesteld. Sertindol was niet teratogeen in voortplantingsstudies bij dieren. Een peri-/postnatale studie bij ratten toonde een verminderde vruchtbaarheid bij de nakomelingen bij een dosering die binnen het therapeutische doseringsgebied bij de mens lag (zie rubriek 5.3). Sertindol dient daarom niet tijdens de zwangerschap gebruikt te worden. Neonaten die tijdens het derde trimester van de zwangerschap zijn blootgesteld aan antipsychotica (waaronder sertindol), lopen risico op bijwerkingen na de bevalling waaronder extrapiramidale symptomen en/of onttrekkingsverschijnselen die kunnen variëren in ernst en in duur. Er zijn meldingen van agitatie, hypertonie, hypotonie, tremor, slaperigheid, ademnood of voedingsstoornis. Pasgeborenen moeten daarom nauwlettend worden gecontroleerd. Borstvoeding Studies bij lacterende moeders zijn niet uitgevoerd. Het is echter te verwachten dat sertindol in de moedermelk wordt uitgescheiden. Als behandeling met sertindol noodzakelijk is, dient het staken van de borstvoeding overwogen te worden.
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 1278761 |
|---|---|
| Organisaties | Lundbeck |
| Merken | Lundbeck |
| Breedte | 45 mm |
| Lengte | 108 mm |
| Diepte | 20 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 30 |
| Actieve ingrediënten | sertindol |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |